U heeft een keer flink pijn gehad bij het bukken. Sindsdien zakt u door de knieën voor elke sok, draait u met het hele lichaam en laat u de boodschappentas aan een ander. Dat is bewegingsangst. Het vakwoord is kinesiofobie, maar met een fobie in de gewone zin heeft het weinig te maken.
Het is een leerproces. Uw brein heeft één beweging aan pijn gekoppeld en besluit dat die beweging beter achterwege kan blijven. In de eerste dagen van een acute rugklacht is dat nuttig. Weken later, als het weefsel allang hersteld is, zit dezelfde regel u in de weg.
Voorzichtig of angstig: waar ligt de grens
Voorzichtig bent u als u een zware kist even laat staan tot de rug rustiger is. Van bewegingsangst spreken we als u gewone, lichte bewegingen blijft mijden, ook al kan uw rug ze aan. De grens is niet scherp.
Uw rugexpert herkent hem meestal aan hoe u beweegt: stijf, met ingehouden adem en de buik strak aangespannen. Meer achtergronden vindt u in het thema oorzaken en mechanismen van rugpijn.


