Bewegingskwaliteit beoordelen: zo kijkt de rugspecialist
Bewegingskwaliteit is de manier waarop u bukt, tilt, draait en opstaat, en hoe heupen, romp en rug dat werk onderling verdelen. Bij veel rugklachten zegt die verdeling meer dan een scan. De rugspecialisten van Rugcentrum Hilversum beoordelen haar met gewone, dagelijkse bewegingen en maken er een plan van.
Wat is bewegingskwaliteit en waarom telt die bij rugpijn
Twee mensen tillen dezelfde krat. De een zakt door de heupen en komt soepel omhoog. De ander houdt de adem in, trekt de schouders op en haalt alles uit de onderrug.
Het gewicht is gelijk, de belasting voor de rug niet. Dat verschil noemen we bewegingskwaliteit.
Het gaat om drie dingen. Verdeling: doen heupen, bovenrug en onderrug elk hun deel? Timing: spannen de rompspieren aan vlak voordat u beweegt, of pas als het al zwaar is?
En afwisseling: heeft u meer dan één manier om te bukken of te draaien? Een rug die altijd dezelfde route neemt, belast steeds dezelfde plek. De tuinier die een middag in dezelfde gebogen houding onkruid wiedt, voelt dat ‘s avonds.
Een scan laat dit niet zien. Daarop ligt u stil, terwijl de meeste rugklachten juist opspelen bij bukken, lang zitten of opstaan. Daarom hoort het kijken naar bewegen bij elk onderzoek in ons rugcentrum. In de gids over diagnose en beeldvorming leest u hoe dit zich verhoudt tot foto’s en MRI.
Zo pakt de rugspecialist bewegingskwaliteit aan
Het onderzoek begint al in de wachtkamer: hoe staat u op, hoe loopt u naar de behandelkamer? Daarna vraagt de rugspecialist in Hilversum u een paar gewone bewegingen te maken. Bukken naar de grond, opstaan uit een stoel, op één been staan, de romp draaien, soms een kleine kniebuiging of een tilbeweging met een licht gewicht.
De chiropractor voelt per wervelsegment of het meedoet als u buigt en draait. Blijft een stuk van de lage rug of de overgang naar de bovenrug achter, dan moeten de segmenten ernaast meer doen. Met een gerichte manipulatie, een mobilisatie of de drop-tafel komt daar weer beweging in, waarna u dezelfde test herhaalt en zelf voelt wat er verandert.
De fysiotherapeut: hoe sturen de spieren aan
De fysiotherapeut let op het patroon. Welke spieren beginnen, welke blijven achter, waar houdt u de adem vast? Hij test kracht en uithouding van romp, billen en heupen en zet de uitkomst om in oefeningen in de oefenruimte en een schema voor thuis via MijnOefening.
De manueel therapeut: gewrichten van rug, bekken en ribben
De manueel therapeut onderzoekt of een gewricht in de wervelkolom, het bekken of de ribben de beweging afremt. Een stijve heup of een bekkengewricht dat weinig meegeeft, verandert de hele bukbeweging. Na de mobilisatie oefent u direct de beweging die eerst haperde. Hoe dat gaat, leest u bij manuele therapie bij rug- en nekklachten.
De drie vakken werken in hetzelfde gebouw en in één dossier. Ziet de chiropractor dat uw rug goed beweegt maar de aansturing achterblijft, dan schuift de fysiotherapeut aan. U krijgt één plan, geen drie losse adviezen.
Waar let de rugexpert op bij een bewegingsanalyse
Motor control: de timing van de rompspieren
Motor control is de aansturing van spieren door het zenuwstelsel. De diepe buik- en rugspieren horen een fractie eerder aan te spannen dan de arm of het been dat beweegt. Na een periode met rugpijn is die volgorde vaak veranderd: de lange rugspieren nemen het over en blijven de hele dag op spanning. In motor control training staat hoe u dat opnieuw leert.
Heupen en bovenrug: doen de buren mee
De onderrug zit tussen twee gebieden die veel kunnen bewegen. Buigen de heupen te weinig, dan buigt de lage rug bij elk bukmoment extra. Draait de bovenrug nauwelijks, dan komt de draaiing uit de lendenen, die daar niet voor gebouwd zijn. De rugexpert meet daarom altijd de heupen en de borstwervelkolom mee.
Ademhaling en afwisseling
Het middenrif is ademspier en rompspier tegelijk. Wie bij inspanning de adem vastzet, verstijft de romp en verliest soepelheid. Dat ziet u terug bij tillen en bij opstaan uit een lage stoel.
We kijken ook of u kunt variëren: bukken met rechte rug, met ronde rug, door de knieën. Geen van die manieren is fout. Het wordt pas een probleem als er nog maar één over is.
Wat we bekijken
Wat het ons vertelt
Bukken en overeind komen
Verdeling tussen heupen en lage rug
Op één been staan
Stabiliteit van bekken en heup
Romp draaien in zit
Beweeglijkheid van de bovenrug
Opstaan uit een stoel
Kracht van benen en billen, adem
Welke bewegingspatronen ziet de rugspecialist vaak bij rugpijn
Het vaakst zien we bukken vanuit de rug met stijve heupen. De thuiswerker die na acht uur zitten de vaatwasser uitruimt, herkent het: de eerste keer overeind komen gaat stroef. Ook veel voorkomend is het bekken dat wegzakt bij traplopen of op één been staan, omdat de zijkant van de heup te weinig kracht levert.
Een derde patroon heeft minder met kracht te maken en meer met voorzichtigheid. Wie pijn heeft gehad, gaat beschermend bewegen. Niels van der Meulen beschreef het in onze podcast zo:
“Een voorbeeld wat ik vaak zie: ze moeten bukken, zeg: nou, kan je de pen van de grond rapen? En dan gaan de handen naar de knieën en dan gaan ze een beetje vastzitten met de ademhaling.”
Niels van der Meulen, manueel therapeut bij Rugcentrum Hilversum, in BeweegBeter #16
Die bescherming is begrijpelijk, maar houdt de rug stijf en de spieren gespannen. Vaak is het weefsel allang hersteld en is alleen de gewoonte gebleven. In bewegingsangst en pijnperceptie leggen we uit waarom het lichaam dat doet. En wat er gebeurt als andere spieren het werk overnemen, staat bij spiercompensatie bij rugpijn.
Onderzoek naar tillen en houding laat steeds hetzelfde zien: er bestaat niet één juiste manier van bewegen die rugpijn voorkomt. Richtlijnen zoals die van het KNGF voor lage rugpijn raden daarom aan actief te blijven en op te bouwen, in plaats van bewegingen te vermijden.
Hoe wordt bewegingskwaliteit onderdeel van uw behandeling
Wat we zien, bepaalt waar we beginnen. Zit een gewricht vast, dan maken de chiropractor of de manueel therapeut dat eerst los. Ontbreekt de aansturing, dan begint u met kleine, precieze oefeningen.
Daarna wordt het groter: bukken met een stok langs de rug, tillen met een kettlebell, draaien tegen weerstand. De meeste mensen merken binnen enkele weken dat bukken en opstaan lichter gaan. Een patroon dat er jaren zit, vraagt langer.
Tussendoor herhalen we de testen van het eerste onderzoek. Zo ziet u zelf of de heupen meer doen, of het bekken stil blijft op de trap en of u weer zonder nadenken iets van de grond pakt. Dat is voor ons een betere maat dan alleen de vraag hoeveel pijn u vandaag heeft.
Twee oefeningen voor een betere bewegingskwaliteit
Voorover buigen met stok langs de rug en been naar achteren
Voor als u weer wilt opbouwen. De stok laat u voelen of u vanuit de heupen buigt: zolang hij rug en hoofd raakt, doet de lage rug niet het werk van de heup.
Houd een stok verticaal achter de rug: één hand bij de onderrug, één net boven het hoofd. Span de buik aan.
Buig het bovenlichaam naar voren vanuit de heupen.
Strek tegelijk één been naar achteren.
De rug blijft tegen de stok. Kom rustig terug en wissel van been.
Advies: 5x herhalen, 3 sets, 30 seconden rust.
Romp en hoofd draaien op handen en knieën met hand op de heup
Voor als de ergste pijn gezakt is. Een rustige draaiing voor de hele rug, van bekken tot nek, zodat de bovenrug weer meedoet als u omkijkt of iets opzij pakt.
Ga op handen en knieën staan.
Leg de linkerhand op de heup.
Draai bovenlichaam en hoofd naar links tot u naar het plafond kijkt. Houd 15 seconden vast.
Beweeg langzaam terug. Daarna de andere kant.
Advies: 3x herhalen, 1 sets, 15 seconden rust.
Bespreek met uw behandelaar of deze oefening de beste keuze is voor uw klacht. Maak een afspraak.
Wat betekent dit voor uw rug
Minder goede bewegingskwaliteit is geen diagnose en geen schade. Het is een gewoonte van het lichaam, en gewoontes kunt u trainen. Perfect hoeft het niet te worden. Soepel, verdeeld en met een paar varianten is genoeg.
Wijst het onderzoek op iets anders dan een bewegingsprobleem, bijvoorbeeld aanhoudende uitstraling met krachtverlies, dan overleggen we met een arts. Die beslist over een scan, een injectie of een operatie; uw rugexpert begeleidt u ervoor en erna. Maakt u zich zorgen? Neem contact op met de praktijk.
Fysiotherapie en manuele therapie worden vergoed uit de aanvullende verzekering, chiropractie bij vrijwel alle verzekeraars voor een deel. De details staan bij tarieven en vergoeding.
Uw behandelaars: de chiropractoren, fysiotherapeuten en manueel therapeuten van Rugcentrum Hilversum, onder wie Sten Hofstad (chiropractor), Niels van der Meulen en Niels van Laanen (manueel therapeuten) en Jeroen Vermeer (fysiotherapeut). Tekst bijgewerkt oktober 2026.
Dat kan, ook zonder dat er iets beschadigd is. Als de onderrug steeds het werk van stijve heupen of een stijve bovenrug overneemt, raken spieren en gewrichten daar overbelast en gevoelig. De pijn is dan een signaal van te veel van hetzelfde. Het goede nieuws: een patroon kunt u veranderen. De rugspecialist zoekt uit welk deel te weinig meedoet en begint daar.
Met gerichte oefeningen en terugkoppeling. Eerst leert u voelen wat u doet, bijvoorbeeld met een stok langs de rug of een spiegel. Daarna oefent u de beweging klein en langzaam, en bouwt u op naar tillen, draaien en sport. Tien minuten per dag thuis werkt beter dan één lang uur per week. Uw behandelaar zet de oefeningen voor u in MijnOefening.
De eerste verandering merkt u vaak binnen twee tot vier weken: bukken gaat soepeler en u bent minder gespannen na een werkdag. Voordat een nieuw patroon vanzelf gaat, ook als u moe bent of haast heeft, bent u meestal een paar maanden verder. Het tempo hangt af van hoe lang het oude patroon bestaat en hoe vaak u oefent.
Nee. Onderzoek heeft geen enkele tiltechniek gevonden die rugpijn voorkomt. Een gezonde rug kan rond, recht en gedraaid bewegen en wisselt daartussen af. De rugexpert leert u daarom geen ene juiste houding, maar meer mogelijkheden. Bij zwaar tillen helpt het wel om de last dicht bij het lichaam te houden en de benen het werk te laten doen.
Ja. De oefeningen volgen uit wat het onderzoek laat zien. Heeft u stijve heupen, dan begint u daar. Blijven de diepe rompspieren achter, dan traint u eerst de aansturing. De fysiotherapeut of manueel therapeut past het schema aan zodra een beweging beter gaat. Zo oefent u steeds op het punt waar voor uw rug de meeste winst zit.
Laat uw bewegingskwaliteit beoordelen door een rugexpert
De rugspecialisten van Rugcentrum Hilversum kijken hoe u bukt, tilt en draait, en vertalen dat naar één plan met behandeling en oefeningen. U vindt ons in Medisch Centrum Dudokpark aan de Hoge Naarderweg 3E in Hilversum. Een verwijzing is niet nodig. Online boeken kan direct, bellen kan via 035 760 06 45.