U kent het van een steentje in uw schoen. Zonder nadenken loopt u anders, en na een uur voelt u uw heup of kuit. Met de rug gaat het net zo. Doet er iets pijn, dan verdeelt het zenuwstelsel het werk opnieuw: de spieren rond de pijnlijke plek worden afgeremd en andere spieren springen bij.
Dat bijspringen heet spiercompensatie. Meestal zijn het de lange rugstrekkers, de heupbuigers en de spieren aan de zijkant van de taille die het overnemen. De kleine, diepe spieren vlak langs de wervels en de bilspieren doen dan juist minder. Bewegen lukt nog wel, maar het kost meer moeite en de belasting komt steeds op dezelfde plekken terecht.
In de eerste dagen is compenseren nuttig. Het geeft het geprikkelde weefsel rust. Het wordt pas lastig als de pijn zakt en het patroon blijft. De spieren die bijspringen zijn daar niet voor gebouwd, raken vermoeid en gaan zelf zeuren. In het thema oorzaken en mechanismen van rugpijn leest u hoe dit samenhangt met andere processen in de rug.


