Decompressie past het best bij klachten waarbij druk op een schijf of zenuwwortel meespeelt. Denk aan een hernia in de lage rug met uitstraling, aan een schijf die hoogte verliest, of aan een rug die na lang zitten telkens vastloopt en pijn geeft in de bil.
Ook bij een vernauwing van het wervelkanaal kan het verlichting geven. De tafel beweegt de rug dan licht in buiging, de richting waarin een nauw kanaal iets ruimer wordt. De vernauwing zelf verandert niet, de klachten kunnen wel afnemen.
Een herkenbaar voorbeeld is de forens die elke ochtend over de A27 rijdt en bij het uitstappen eerst een halve minuut krom staat voordat het been meewerkt. Zitten drukt de schijf samen, en dat merkt de zenuw. Voor zo’n rug kan een paar keer ontlasten op de tafel het begin zijn van weer normaal bewegen.
Niet iedere rug is geschikt. Bij botontkalking, een recente operatie aan de rug of tijdens een zwangerschap kiezen we iets anders. En bij rugpijn zonder uitstraling, die vooral uit spieren en gewrichten komt, leveren een gerichte handgreep en oefenen meestal meer op. Daarom begint het altijd met een onderzoek.
Na het gesprek en het lichamelijk onderzoek weet uw rugspecialist welk segment de klacht geeft en of de zenuw geprikkeld is. Pas dan valt de keuze voor decompressie, en bespreekt hij met u wat de rest van het plan wordt.
De chiropractor
De decompressie- en flexie-distractietafel horen bij de chiropractor. Hij stelt de tafel in op het juiste wervelsegment, blijft erbij en past de dosering aan op wat u voelt. Vaak combineert hij het met een lichte mobilisatie van de wervels erboven of eronder. Meer over zijn werkwijze staat bij chiropractie bij rug- en nekklachten.
De fysiotherapeut
De fysiotherapeut zorgt dat de ruimte die ontstaat, benut wordt. Hij leert u houdingen die het been rustig houden, begint met loop- en glijoefeningen en bouwt daarna rompkracht op in de oefenruimte. Zonder dat tweede deel is de verlichting van de tafel meestal van korte duur.
De manueel therapeut
De manueel therapeut geeft tractie met de handen en mobiliseert de gewrichten van lendenwervels, bekken en heup. Zo wordt de belasting beter over de hele keten verdeeld. Bij manuele therapie volgt op elke techniek direct een oefening, zodat u het resultaat zelf vasthoudt.
De volgorde is in de praktijk vaak: eerst druk eraf, dan beweging erin, dan kracht erbij. Sten Hofstad relativeerde de tafel zelf in de podcast:
“Net zoals een paar weken geleden: kregen we een hele mooie decompressiebank voor herniaklachten. Ik kan bijna niet slapen om ermee (…) aan het werk, maar ik weet ook wel: dat is een ding uit de toolkit.”
Sten Hofstad, chiropractor bij Rugcentrum Hilversum, in BeweegBeter #3
Zo zien alle behandelaars het. De tafel is één stuk gereedschap. Welke andere er zijn en wanneer ze aan de beurt komen, bepalen de drie vakken samen, in één dossier.