U hebt er 23. Tussen elke twee wervels ligt er één, van de tweede nekwervel tot het heiligbeen. Samen zijn ze goed voor ongeveer een kwart van de lengte van de wervelkolom. In de lage rug zijn ze het dikst, omdat daar het meeste gewicht op rust. De Latijnse naam is discus intervertebralis; in de volksmond heet het gewoon de schijf.
De buitenkant is een ring van vijftien tot vijfentwintig dunne lagen bindweefsel. In elke laag lopen de vezels schuin, en per laag wisselt de richting, zoals bij een autoband. Dat maakt de ring sterk bij buigen én bij draaien. Alleen in het buitenste deel zitten zenuwuiteinden.
Binnen in de ring zit een gelachtige kern die voor het grootste deel uit water bestaat. Die kern is niet samen te drukken. Hij verdeelt de druk dus naar alle kanten, waarna de ring die opvangt. Boven en onder sluit een dun plaatje kraakbeen, de eindplaat, de schijf af en verbindt hem met de wervel.
Stelt u zich een stevige waterzak voor in een vlechtwerk van touw. Komt er gewicht op, dan wil het water opzij en trekt het touw strak. Zo werkt een schijf. De druk in de kern stijgt bij zitten, bukken en tillen, de vezels van de ring komen op spanning en het geheel veert een klein beetje in.
Tegelijk is de schijf een scharnier. Doordat de kern van vorm kan veranderen, kunnen twee wervels ten opzichte van elkaar kantelen en een fractie draaien. Sten Hofstad legde het in de BeweegBeter-podcast zo uit:
“Dankzij tussenwervelschijven kunnen we bewegen, en het werkt ook een beetje als schokabsorber. Dus als wij heen en weer bewegen, veert het een beetje mee. (…) Het is een heel stug materiaal.”
Sten Hofstad, chiropractor bij Rugcentrum Hilversum, in BeweegBeter #2
Dat stugge is het punt. Een gezonde schijf kan honderden kilo’s druk aan, en dat doet hij duizenden keren per dag. Hij doet dat nooit alleen: achter elke schijf sturen twee kleine gewrichten de beweging, zoals u leest bij de rol van facetgewrichten.

Een schijf heeft vrijwel geen bloedvaten. Voedingsstoffen en zuurstof moeten vanuit de wervels door de eindplaten naar binnen sijpelen. Dat gaat traag, en het gaat beter als de druk wisselt. Bij belasten wordt er vocht uit de schijf geperst, bij ontlasten zuigt hij zich weer vol, met voeding erbij.
U merkt dat aan uw lengte. In de loop van de dag verliezen de schijven vocht en wordt u een tot twee centimeter korter. ‘s Nachts, liggend, vullen ze zich weer. Daardoor voelt de rug ‘s ochtends vaak wat stijf en vol, en is het verstandig om het eerste halfuur niet meteen zwaar te tillen.
Door herhaalde belasting, vaak buigen en draaien tegelijk, kunnen in de binnenste lagen van de ring kleine scheurtjes ontstaan. De kern schuift dan een stukje die kant op en de ring bolt uit. Dat heet een bulging of protrusie. Breekt de kern door de buitenste laag heen, dan spreken we van een hernia.
Pijn ontstaat vooral als het uitgetreden materiaal een zenuw prikkelt. Dan voelt u uitstraling in een been of arm. Waarom de één dit krijgt en de ander niet, staat in waarom hernia’s ontstaan.
Het lichaam ruimt een hernia vaak zelf op. Afweercellen herkennen het kernmateriaal buiten de ring en breken het in de loop van maanden af. Opvallend genoeg slinken grotere hernia’s daarbij vaker dan kleine. Daarom begint de behandeling van een lage rughernia in de meeste gevallen zonder operatie.
Vanaf een jaar of dertig bevat de kern geleidelijk minder water. De schijf wordt iets platter en op een MRI donkerder. In het verslag staat dan discopathie of discusdegeneratie. Dat klinkt als een ziekte, maar het is te vergelijken met grijs haar: het hoort bij de leeftijd.
Grote onderzoeken onder mensen zonder rugpijn laten zien dat zulke veranderingen bij een groot deel van hen te vinden zijn, en dat het aandeel met elk decennium stijgt. Een uitpuilende schijf op de scan bewijst dus niet dat daar de pijn vandaan komt. Meer over die diagnose staat op de pagina discopathie.
Een scan toont de vorm van de schijf op één moment. Hij toont niet hoeveel de rug kan hebben. Dat laatste meet de rugexpert in het lichamelijk onderzoek, en daar hangt het plan van af.

Omdat de schijf zich voedt via drukwisseling, is stilliggen het slechtste wat u kunt doen. Richtlijnen voor lage rugpijn en voor uitstralende pijn, waaronder die van de KNGF, raden bedrust af en adviseren om binnen de pijngrens actief te blijven.
Er zijn aanwijzingen dat schijven zich aanpassen aan belasting, net als botten en pezen. Bij mensen die jarenlang hardlopen zijn op MRI gemiddeld dikkere, beter gevulde schijven gemeten dan bij mensen die weinig bewegen. Dat bewijst nog niet dat lopen de oorzaak is, maar het past bij wat de rugspecialist dagelijks ziet.
Het gaat om de dosis. Wandelen, fietsen en rustig opgebouwde krachttraining zijn prikkels waar een schijf op reageert. Eén dag verhuisdozen sjouwen na maanden stilzitten is dat niet.
Pijn uit de schijf zelf zit meestal diep en in het midden van de lage rug, soms als een band. Hij neemt toe bij lang zitten, bukken, hoesten of persen en is ‘s ochtends het ergst. Staan en lopen gaan beter. De forens die na een uur op de A27 nauwelijks uit de auto komt en na tien minuten lopen weer recht staat, beschrijft dit patroon.
Doet een zenuw mee, dan komt er uitstraling bij: een scherpe of brandende pijn in een been, soms met tintelingen of een doof gevoel in een deel van de voet.
Geen van deze klachten zegt op zichzelf hoe ernstig het is. Hevige pijn kan bij een kleine uitstulping horen, en een grote hernia kan weinig klachten geven.
De rugspecialist van Rugcentrum Hilversum wil eerst weten of de zenuw meedoet. Hij test kracht, gevoel en reflexen en zoekt de bewegingsrichting die de pijn laat afnemen. Daarna bepaalt hij welk vak het best kan beginnen.
Bij uitstraling werkt de chiropractor vaak met de flexie-distractietafel of de decompressietafel. De tafel beweegt de lage rug rustig en ritmisch, waardoor de ruimte tussen twee wervels even groter wordt. Stijve segmenten boven en onder het pijnlijke niveau behandelt hij met lichte handgrepen of de Activator.
De fysiotherapeut zoekt met u de houdingen en bewegingen die de klacht kalmeren en bouwt van daaruit op. Eerst lopen en lichte rompoefeningen, later krachttraining in de oefenruimte. Bukken en tillen leert u opnieuw, zonder angst.
De manueel therapeut, een fysiotherapeut met een master manuele therapie, mobiliseert de wervels, het bekken en de heupen die door de pijn zijn gaan vastzitten. Zo wordt de belasting weer over meer schijven verdeeld. Leest u verder bij manuele therapie bij rug- en nekklachten.
In de eerste weken ligt het zwaartepunt bij pijn verminderen, daarna bij trainen. Neemt de kracht in een been af of houdt de uitstraling aan, dan overleggen wij met een arts. Die beslist over een scan, injectie of operatie; uw rugexpert blijft u in die periode begeleiden.
Past ook in de eerste dagen. Met deze kleine beweging wisselt de druk op de onderste schijven rustig af en leert u bekken en onderrug los van elkaar te bewegen.
Advies: 10x herhalen, 3 sets, 30 seconden rust.
Voor als de ergste pijn gezakt is. Op handen en knieën traint u de grote bilspier, die bij opstaan en traplopen werk van de onderrug overneemt, terwijl de rug zelf stil blijft.
Advies: 10x herhalen, 3 sets, 30 seconden rust.
Bespreek met uw behandelaar of deze oefening de beste keuze is voor uw klacht. Maak een afspraak.
Wissel de druk af. Zit u veel, sta dan elk half uur op en loop een rondje. Werkt u staand of tillend, ga dan tussendoor even zitten of liggen. Voor de schijf is elke houding goed, zolang hij niet te lang duurt.
Wandel dagelijks. Het ritmische op en neer van lopen is precies de pompbeweging waar de schijf van leeft.
Til de eerste tijd na het opstaan niet het zwaarste van de dag. Slaap voldoende, want ‘s nachts vullen de schijven zich. En roken helpt niet: het knijpt de kleine bloedvaatjes dicht waar de schijf zijn voeding uit haalt.

Een tussenwervelschijf is geen broos onderdeel dat bij één verkeerde beweging knapt. Het is levend weefsel dat tegen een stootje kan, langzaam herstelt en beter wordt van gedoseerd bewegen. Een woord als slijtage of uitstulping in een verslag verandert daar niets aan. Maakt u zich zorgen? Neem contact op met de praktijk.
Wilt u weten waar u aan toe bent, dan kunt u zonder verwijzing bij onze rugspecialisten terecht. Welk deel van chiropractie, fysiotherapie of manuele therapie uw verzekeraar betaalt, vindt u bij tarieven en vergoeding.
Uw behandelaars: de chiropractoren, fysiotherapeuten en manueel therapeuten van Rugcentrum Hilversum, onder wie Sten Hofstad (chiropractor), Niels van der Meulen en Niels van Laanen (manueel therapeuten) en Jeroen Vermeer (fysiotherapeut). Tekst bijgewerkt oktober 2026.
Een tussenwervelschijf heeft drie taken. Hij verdeelt de druk tussen twee wervels, hij vangt schokken op bij lopen en springen, en hij laat de wervels ten opzichte van elkaar kantelen en draaien. Zonder schijven zou de wervelkolom een stijve staaf zijn. De 23 schijven samen maken dat u kunt bukken, strekken en omkijken.
Ja, maar langzaam. Een schijf heeft weinig bloedvaten en krijgt zijn voeding via de wervels, dus herstel duurt maanden. Scheurtjes in de ring helen met littekenweefsel en een hernia kan door het lichaam worden opgeruimd. De oude vorm komt niet altijd terug, de belastbaarheid vaak wel. Regelmatig bewegen en geleidelijk opbouwen helpen daarbij het meest.
Nee. Bij een uitpuilende schijf, een bulging of protrusie, bolt de vezelring uit maar is hij nog heel. Bij een hernia is kernmateriaal door de buitenste laag van de ring heen gekomen. Beide komen voor bij mensen zonder klachten. Het verschil doet er vooral toe als een zenuw geprikkeld is; dat stelt de rugspecialist vast met het lichamelijk onderzoek.
Overdag perst uw lichaamsgewicht vocht uit de tussenwervelschijven. Elke schijf wordt een fractie dunner, en bij elkaar scheelt dat een tot twee centimeter. ‘s Nachts, als u ligt, zuigen de schijven zich weer vol. Dat is een gezond ritme en geen slijtage. Het verklaart ook waarom de rug vlak na het opstaan stijver aanvoelt.
Afwisseling. Schijven voeden zich via wisselende druk, dus wandelen, van houding veranderen en regelmatig sporten zijn de basis. Verder helpen sterke been-, bil- en rompspieren, voldoende slaap en niet roken. Lang stilzitten en plotseling veel zwaarder belasten dan u gewend bent, zijn de twee dingen om te vermijden. Uw rugexpert helpt u een opbouw te kiezen.

Hebt u rugpijn met of zonder uitstraling en wilt u weten of een tussenwervelschijf meespeelt? De rugspecialisten van Rugcentrum Hilversum zien elke week honderden rug- en nekklachten. Plan online een eerste onderzoek of bel 035 760 06 45.