Zenuwpijn voelt anders dan spierpijn. Het schiet, brandt of tintelt, en het zit vaak niet op de plek waar het probleem ligt. Een geprikkelde zenuw in de onderrug voelt u in de bil, de kuit of de voet.
Tussen elke twee wervels verlaat links en rechts een zenuwwortel het wervelkanaal. Die opening is niet ruim. Een uitpuilende tussenwervelschijf, een verdikt gewrichtje of gezwollen weefsel kan de wortel raken. Hoe die doorgang gebouwd is, staat in het gidsartikel over zenuwen die uittreden tussen de wervels.
Druk, ontsteking en een zenuw die niet meer glijdt
Druk is maar een deel van het verhaal. Rond een geprikkelde zenuwwortel ontstaat vaak een ontstekingsreactie, en die maakt de zenuw gevoelig. Dat verklaart waarom de pijn soms hevig is terwijl een scan weinig laat zien.
Een zenuw moet ook kunnen schuiven. Bij bukken of het strekken van een been verplaatst de grote beenzenuw zich enkele millimeters ten opzichte van het weefsel eromheen. Zit hij ergens vast of is hij gezwollen, dan trekt elke beweging eraan.
De bekendste vorm is uitstraling in het been, vaak ischias genoemd. In de meeste gevallen gaat het om irritatie, niet om blijvende schade. De zenuw herstelt, maar doet dat langzamer dan een spier.
Hoe herkent u zenuwpijn
De pijn volgt een baan. Hij loopt als een streep door de bil en de achterkant of zijkant van het been, soms tot in de tenen. Hoesten, niezen of persen kan een scheut geven. Zitten is vaak het zwaarst, lopen gaat na een paar passen meestal beter.
Veel mensen merken ook tintelingen, een slapend gevoel of een plek op het scheenbeen of de voet die anders aanvoelt. De tuinier die na een middag wieden niet meer rechtop komt en ‘s nachts wakker wordt van een brandende kuit, beschrijft het klassieke beeld. De rug zelf doet dan soms nauwelijks pijn.


