U heeft een MRI-verslag voor u en ergens staat het woord stenose. Vaak met een toevoeging: licht, matig, ernstig, centraal of foraminaal. Dat leest als een oordeel, maar het is een beschrijving. Stenose is Grieks voor vernauwing. De radioloog ziet dat er op een bepaalde plek minder ruimte is dan hij gemiddeld verwacht.
De MRI toont de wervelkolom in plakjes. Op de dwarse plakjes is het wervelkanaal te zien als een ring met daarin de zenuwen, omgeven door vocht. Is die ring kleiner of van vorm veranderd, dan noteert de radioloog een vernauwing. De rugspecialist leest zo’n verslag anders dan u: hij zoekt niet naar het ergste woord, maar naar het niveau en de kant, en of die passen bij uw verhaal. Deze uitleg hoort bij het thema diagnose en beeldvorming van de RugZorgGids.
Centrale stenose: het wervelkanaal zelf
Bij centrale of spinale stenose is het kanaal waar de zenuwbundel doorheen loopt nauwer geworden. In de lage rug gaat het om de zenuwen naar de benen. De oorzaak is bijna altijd een optelsom. Een tussenwervelschijf bolt wat uit, de facetgewrichten worden dikker door artrose van de rug en de gele band aan de achterkant van het kanaal verdikt.
Foraminale stenose en recessusstenose
Het foramen is de opening aan de zijkant waardoor één zenuwwortel de wervelkolom verlaat. Wordt de schijf platter, dan zakt die opening iets in en heet het foraminale stenose. De laterale recessus is de goot vlak voor die opening, waar de zenuw afbuigt. Een vernauwing daar raakt meestal één zenuw en dus één been.


