Vraag tien mensen wat core-stabiliteit is en negen noemen de plank. Begrijpelijk, want zo wordt het in de sportschool verkocht. In de behandelkamer bedoelen we iets anders.
De core is de cilinder van spieren tussen ribben en bekken. Stabiliteit betekent dat die cilinder de wervelkolom net genoeg steun geeft op het moment dat het nodig is. Niet meer, niet minder.
Tilt u een boodschappentas uit de kofferbak, dan spant de romp een fractie eerder aan dan de arm. Loopt u de trap op, dan vangt hij bij elke stap het wisselen van been op.
Dat gebeurt automatisch. U hoeft er niet bij na te denken, zolang het goed gaat. Na een periode van rugpijn is die automatische aansturing vaak verstoord: sommige spieren reageren te laat, andere blijven juist de hele dag aangespannen. Core-training in de praktijk is die timing terugbrengen, en daarna pas kracht opbouwen.
Een voorbeeld uit de praktijk: de hockeyer die elke week traint en een buik als een wasbord heeft, kan toch door zijn rug gaan bij het strikken van een veter. Aan kracht ontbreekt het niet. De romp reageerde alleen net te laat op een kleine, onverwachte beweging. Dat is precies het verschil tussen sterke spieren en een stabiele rug.


