Eén losse test zegt weinig over het SI-gewricht. De rugspecialist voert daarom een reeks drukproeven uit en kijkt hoe u loopt, bukt en op één been staat. Heup en lage rug worden altijd meegetest.
De chiropractor: het bekken in beweging
De chiropractor beoordeelt hoe heiligbeen en bekkenhelften ten opzichte van elkaar bewegen. Een gewricht dat stug is, behandelt hij met een gerichte handgreep of met de drop-tafel, waarbij een deel van de tafel een paar centimeter meegeeft. Dat is een lichte techniek, ook geschikt als het gebied erg gevoelig is. Meer over die werkwijze staat bij chiropractie bij rug- en nekklachten.
De fysiotherapeut: de riem van spieren
De fysiotherapeut test de bilspieren, de diepe buikspieren en de heup. Wat achterblijft, traint hij op: eerst liggend, dan staand, dan in de bewegingen van uw werk of sport. In de oefenruimte gebeurt dat met de apparatuur van Dr. Wolff.
De manueel therapeut: SI-gewricht, heup en lage rug
De manueel therapeut heeft na de opleiding fysiotherapie een master manuele therapie gevolgd. Hij onderzoekt de gewrichten van bekken, heup en lendenwervels in samenhang en mobiliseert wat beperkt is. Daarna laat hij u de beweging direct zelf maken, zodat de spieren het overnemen.
Is het gewricht stug, dan ligt het begin vaak bij de chiropractor of de manueel therapeut. Ontbreekt vooral de steun, dan bij de fysiotherapeut. In de praktijk is het bijna altijd een beetje van beide, en daarom overleggen de drie over uw plan.