SI-gewricht: de schakel tussen wervelkolom en bekken

Het SI-gewricht verbindt het heiligbeen met het bekken en geeft bij elke stap het gewicht van de romp door aan de benen. Het beweegt maar een paar millimeter, en juist dat maakt klachten lastig te herkennen. De rugspecialisten van Rugcentrum Hilversum leggen uit hoe het gewricht werkt en wat u eraan kunt doen.

Waar zit het SI-gewricht en waarom hoort u er zo vaak over

Leg uw duimen op de twee kuiltjes laag in de rug, net boven de billen. Daaronder liggen de SI-gewrichten, links en rechts één. Veel mensen met pijn op die plek hebben van iemand gehoord dat hun bekken scheef staat of dat het SI-gewricht verschoven is. Zo werkt het niet, en dat is een geruststelling.

Het SI-gewricht is een van de stevigste verbindingen van het lichaam. Het kan wel geprikkeld raken, en dan doet zitten, omdraaien in bed of uit de auto stappen pijn. Dit artikel is onderdeel van het thema rug en anatomie.

Wat is het SI-gewricht: bouw en banden

SI staat voor sacro-iliacaal. Het sacrum is het heiligbeen, het wigvormige bot onder aan de wervelkolom. Het ilium is het darmbeen, de grote schaal van de bekkenhelft. Waar die twee elkaar raken, zit een gewricht met de vorm van een oor, enkele centimeters lang.

Vormsluiting: ribbels die in elkaar grijpen

De gewrichtsvlakken zijn niet glad zoals in een knie. Ze hebben ribbels en groeven die in elkaar passen, en het heiligbeen zit als een sluitsteen tussen de twee bekkenhelften geklemd. Die pasvorm heet vormsluiting. Hoe meer gewicht erop komt, hoe vaster het zit.

Krachtsluiting: banden en spieren eromheen

Om het gewricht liggen enkele van de sterkste banden van het lichaam, voor, achter en tussen de botten in. Spieren doen de rest: de grote bilspier, de diepe buikspier, de bekkenbodem en de brede rugspier trekken via stevig bindweefsel het bekken als een riem aan. Dat heet krachtsluiting. Het gewricht zelf maakt een kleine knikbeweging van hooguit een paar graden.

De functie van het SI-gewricht bij lopen en tillen

Alles wat u boven het bekken draagt, gaat via het heiligbeen naar de twee SI-gewrichten en van daar naar de heupen. Bij lopen wisselt de belasting per stap van links naar rechts. Het gewricht veert daarbij een fractie mee en dempt zo de klap van de hiel op de grond.

Bij tillen en traplopen spannen bil- en buikspieren vlak vóór de beweging aan. Daardoor staat het bekken al klaar als de kracht komt. Komt die spanning te laat, dan moeten de banden het opvangen. Dat merkt u niet bij één keer, wel na een dag sjouwen.

Het SI-gewricht werkt dus nooit alleen. Het is de middelste schakel van een keten die loopt van de voet tot de onderrug. Hoe die keten in elkaar zit, leest u in rug en bekken als één bewegingsketen.

Hoe ontstaan klachten van het SI-gewricht

Er zijn grofweg twee routes. Bij de eerste krijgt het gewricht te veel te verwerken: een misstap van een stoeprand, een val op de bil, een dag tegels leggen op de knieën. Bij de tweede krijgt het te weinig steun: de bilspieren doen te weinig, een heup is stijf of de romp spant te laat aan.

Tijdens en na een zwangerschap zijn de banden rond het bekken soepeler. Dat is nuttig voor de bevalling, maar het vraagt meer van de spieren. Ook een stijve heup geeft het SI-gewricht extra werk, omdat het bekken dan bij elke stap verder moet meedraaien. Dat verband staat in hoe de heup de onderrug beïnvloedt.

In onze podcast beschreef Sten Hofstad wat er dan gebeurt:

“Maar het is juist vaak de samenwerking die niet meer goed gaat, waardoor je dus ook weer meer belasting krijgt op andere gewrichten.”

Sten Hofstad, chiropractor bij Rugcentrum Hilversum, in BeweegBeter #20

Bij het SI-gewricht zien we dat precies zo. Het gewricht is zelden de enige boosdoener; het is de plek waar een haperende keten voelbaar wordt.

Welke klachten passen bij het SI-gewricht

De pijn zit laag en aan één kant, bij het kuiltje boven de bil. Hij kan uitstralen naar de bil, de lies of de achterkant van het bovenbeen. Verder dan de knie komt hij zelden. Tintelingen in de voet of krachtverlies horen er niet bij en wijzen eerder naar een zenuw.

Kenmerkend zijn de momenten: opstaan uit een stoel, omdraaien in bed, op één been staan bij het aankleden, lang staan in de rij. Lopen gaat vaak beter dan stilstaan. Sommige mensen beschrijven dat het been even niet wil dragen.

Die klachten lijken op die van een geprikkeld facetgewricht of een beginnende hernia. Het verschil maakt het onderzoek. Op de pagina over bekkenklachten staat welke vormen wij onderscheiden; ook bekkenklachten behandelen onze rugspecialisten.

Zo pakt de rugspecialist dit aan

Eén losse test zegt weinig over het SI-gewricht. De rugspecialist voert daarom een reeks drukproeven uit en kijkt hoe u loopt, bukt en op één been staat. Heup en lage rug worden altijd meegetest.

De chiropractor: het bekken in beweging

De chiropractor beoordeelt hoe heiligbeen en bekkenhelften ten opzichte van elkaar bewegen. Een gewricht dat stug is, behandelt hij met een gerichte handgreep of met de drop-tafel, waarbij een deel van de tafel een paar centimeter meegeeft. Dat is een lichte techniek, ook geschikt als het gebied erg gevoelig is. Meer over die werkwijze staat bij chiropractie bij rug- en nekklachten.

De fysiotherapeut: de riem van spieren

De fysiotherapeut test de bilspieren, de diepe buikspieren en de heup. Wat achterblijft, traint hij op: eerst liggend, dan staand, dan in de bewegingen van uw werk of sport. In de oefenruimte gebeurt dat met de apparatuur van Dr. Wolff.

De manueel therapeut: SI-gewricht, heup en lage rug

De manueel therapeut heeft na de opleiding fysiotherapie een master manuele therapie gevolgd. Hij onderzoekt de gewrichten van bekken, heup en lendenwervels in samenhang en mobiliseert wat beperkt is. Daarna laat hij u de beweging direct zelf maken, zodat de spieren het overnemen.

Is het gewricht stug, dan ligt het begin vaak bij de chiropractor of de manueel therapeut. Ontbreekt vooral de steun, dan bij de fysiotherapeut. In de praktijk is het bijna altijd een beetje van beide, en daarom overleggen de drie over uw plan.

Wat zegt onderzoek over SI-klachten

Uit onderzoek blijkt dat de beweging van het SI-gewricht zo klein is dat voelen met de handen alleen te weinig zekerheid geeft. Een combinatie van drukproeven die de bekende pijn oproepen, geeft wel houvast. Zo werkt de rugexpert in onze praktijk ook: niet één test, maar het patroon.

Een foto of MRI laat bij deze klachten meestal niets bijzonders zien. Dat is geen teleurstelling, het past bij een gewricht dat geprikkeld is en niet beschadigd. Voor de behandeling wijzen studies dezelfde kant op als bij andere lage rugpijn: bewegen, gerichte spiertraining en manuele therapie waar een gewricht stug is. Een bekkenband kan tijdelijk steun geven, vooral rond een zwangerschap.

De meeste mensen merken binnen enkele weken verschil. Blijft de pijn ondanks een goede opbouw bestaan, dan kan een arts een injectie in of rond het gewricht overwegen. Dat is aan de arts; uw rugexpert zorgt voor de oefeningen eromheen.

Twee oefeningen voor het SI-gewricht

Bil optillen met één gebogen been

Past ook in de eerste dagen. Met een lichte druk op één voet draait de onderrug heel zacht, zodat het gebied rond het bekken loskomt zonder dat u hoeft te tillen of te bukken.

  1. Lig op uw rug met gestrekte benen.
  2. Buig één knie en zet de voet plat op de grond.
  3. Duw licht op die voet, zodat de bil aan die kant iets van de grond komt; de onderrug draait licht naar de andere kant.
  4. Laat rustig zakken en herhaal. Daarna de andere kant.

Advies: 10x herhalen, 3 sets, 30 seconden rust.

Knie openen in zijlig (clamshell)

Voor als de ergste pijn gezakt is. De clamshell traint de spieren aan de buitenkant van de heup, die het bekken in het spoor houden bij lopen en staan op één been.

  1. Lig op uw zij met de knieën gebogen en een hand onder het hoofd.
  2. Houd de voeten op elkaar.
  3. Beweeg de bovenste knie langzaam omhoog richting het plafond; het bekken blijft stil.
  4. Houd 5 seconden vast en beweeg langzaam terug.

Advies: 15x herhalen, 3 sets, 30 seconden rust.

Bespreek met uw behandelaar of deze oefening de beste keuze is voor uw klacht. Maak een afspraak.

Wat kunt u zelf doen bij SI-klachten

Verdeel uw gewicht. Wie altijd op hetzelfde been hangt, met de heup opzij, laat één SI-gewricht het werk doen. Sta op twee voeten en wissel bewust. Zit niet met de benen over elkaar als dat de pijn oproept, en leg in zijlig een kussen tussen de knieën.

Stap in en uit de auto met de knieën bij elkaar: eerst gaan zitten, dan beide benen tegelijk naar binnen draaien. Neem bij traplopen kleinere passen en gebruik de leuning zolang het gevoelig is.

Blijf wandelen, liever drie keer tien minuten dan één keer een uur. Bouw het sporten op via rechtlijnige bewegingen, zoals fietsen en wandelen, naar draaien en springen. De hockeyer en de tennisser gaan dus pas het veld op als traplopen en op één been staan geen reactie meer geven.

Wat betekent dit voor uw rug en bekken

Uw bekken staat niet scheef en er is niets verschoven. Het SI-gewricht is een stevige schakel die tijdelijk gevoelig kan zijn als de belasting of de steun niet klopt. Met de juiste spieren erbij wordt het weer rustig. Houdt de pijn bij het kuiltje langer dan twee weken aan, laat dan een rugspecialist nakijken wat er meespeelt. Maakt u zich zorgen? Neem contact op met de praktijk.

Over de kosten: de chiropractor rekent u na het consult af en de nota dient u in bij uw aanvullende verzekering. Fysiotherapie en manuele therapie declareren wij bij uw verzekeraar, voor zover uw polis dat dekt. Hoe dat per vak zit, leest u bij tarieven en vergoeding.

Uw behandelaars: de chiropractoren, fysiotherapeuten en manueel therapeuten van Rugcentrum Hilversum, onder wie Sten Hofstad (chiropractor), Niels van der Meulen en Niels van Laanen (manueel therapeuten) en Jeroen Vermeer (fysiotherapeut). Tekst bijgewerkt oktober 2026.

Veelgestelde vragen over het SI-gewricht

Nee. De ribbels in het gewricht en de banden eromheen houden heiligbeen en bekken stevig bij elkaar. Wat wel kan: het gewricht beweegt stugger of de spieren eromheen spannen ongelijk aan. Dat voelt alsof er iets scheef zit. De rugspecialist behandelt dan de beweging en de spierspanning; er hoeft niets op zijn plaats gezet te worden.

Ja. Pijn uit het SI-gewricht kan gevoeld worden in de bil, de lies en de achterkant van het bovenbeen. Meestal blijft hij boven de knie. Trekt de pijn door tot in de kuit of voet, of zijn er tintelingen, dan test de behandelaar ook de zenuwen uit de lage rug. Het onderzoek maakt duidelijk welke bron het meest waarschijnlijk is.

Meestal niet. Mechanische klachten van het SI-gewricht zijn op een foto of MRI doorgaans niet te zien. De diagnose komt uit uw verhaal en uit een reeks drukproeven tijdens het lichamelijk onderzoek. Vermoedt de rugexpert dat er iets anders speelt, bijvoorbeeld een ontsteking, dan overlegt hij met een arts. Die beslist over aanvullend onderzoek.

Vooral de grote bilspier, de spieren aan de buitenkant van de heup, de diepe buikspier en de bekkenbodem. Samen trekken zij het bekken aan als een riem. De brede rugspier helpt mee via het bindweefsel van de lage rug. Training van deze spieren is een vast onderdeel van het herstel, naast manuele therapie of chiropractie voor het gewricht zelf.

Bij klachten die kort bestaan, merken de meeste mensen binnen twee tot zes weken duidelijk verschil. Spelen ze al maanden, of zijn ze begonnen rond een zwangerschap, dan vraagt de opbouw van de spieren vaak drie maanden. De pijn zakt meestal eerder dan de kracht terug is. Blijf daarom oefenen, ook als het goed gaat.

Laat een rugexpert naar uw SI-gewricht kijken

De rugspecialisten van Rugcentrum Hilversum onderzoeken bekken, heup en lage rug in één afspraak en vertellen u wat het SI-gewricht nodig heeft. Patiënten komen uit Hilversum, Bussum, Laren en de rest van het land. Bellen kan via 035 760 06 45.