1. Begin met je stoel
Je stoel hoeft niet bijzonder te zijn, maar moet wel ondersteunen dat je kunt wisselen van houding.
- Je voeten staan plat op de grond.
- Je knieën zijn ongeveer op heuphoogte.
- Je kunt makkelijk achterover leunen.
- Je rug wordt ondersteund zonder dat je rechtop hoeft te “moeten” zitten.
- De zitting is diep genoeg zodat je ontspannen zit, maar niet zo diep dat je hangt.
Goed om te weten: Een iets achterover hellende rugleuning vermindert druk op de tussenwervelschijven.
2. Stel je bureau op de juiste hoogte in
Je armen mogen ontspannen hangen. Je ellebogen rusten licht op het bureau of blijven net erboven.
- Als je schouders optrekken, staat je bureau te hoog.
- Als je voorover moet reiken, staat je bureau te laag.
- Je onderarmen mogen ondersteunen, maar hoeven niet constant te steunen.
3. Zet je scherm op de juiste manier neer
Niet te hoog, niet te laag.
- Bovenrand van het scherm op of net onder ooghoogte.
- Scherm recht voor je, niet schuin.
- Afstand ongeveer een armlengte.
4. Houd toetsenbord en muis dichtbij
Je ellebogen blijven zo dicht mogelijk bij je lichaam.
- Muis dichterbij dan je denkt.
- Toetsenbord niet te breed.
- Polsen ontspannen en neutraal.