Een arts beoordeelt de neurologische functie door het testen van **kracht, gevoel en reflexen**. Dit helpt bepalen of er zenuwdruk of uitval is.
Aanvullende diagnostiek wordt overwogen als:
- **MRI** bij ernstige of aanhoudende neurologische klachten.
- **Röntgenfoto** bij vermoeden op fracturen.
- **Bloedonderzoek** bij verdenking op infectie of ontsteking.
Het doel is inzicht in medische veiligheid, niet bevestiging van pijn.
In de meeste gevallen verwijst een arts naar **functionele therapie** (Chiropractie, Fysiotherapie, Manuele therapie) omdat dit bewezen effectief is bij het grootste deel van de rugklachten.
Een arts verwijst pas door naar een specialist (orthopeed/neurochirurg) wanneer er sprake is van:
- **Progressieve zenuwuitval** of grote hernia met duidelijke druk.
- Instabiele fracturen, tumor, infectie of andere ernstige pathologie.
- Niet-herstellende klachten ondanks goede therapie.