U kent het moment waarschijnlijk wel. Een volle agenda, een rug die al dagen zeurt, en ineens merkt u dat u zit te zuchten of de adem inhoudt. Ademen gaat vanzelf, maar het is ook de enige automatische functie die u bewust kunt bijsturen.
Dat maakt de adem bruikbaar. Het zenuwstelsel heeft grofweg twee standen: een actiestand voor presteren en opletten, en een ruststand voor herstellen. Een trage, lange uitademing duwt het lichaam richting die ruststand. De hartslag zakt iets en spieren die onnodig aanspannen geven mee.
Voor de rug betekent dat minder vasthouden. De lange rugspieren en de spieren tussen de schouderbladen krijgen even pauze. Hoe het middenrif daarbij als steunspier van de romp werkt, leest u in het artikel over ademhalingstherapie bij rugklachten. Hier gaat het over de ontspannende kant: wat u ermee kunt op een drukke dag.


