Hier komen de technieken die wij het meest gebruiken omdat ze snel, eenvoudig en effectief zijn.
1. De 4–6 ademhaling
Dit is de meest directe manier om het zenuwstelsel te kalmeren. Oefening: Vier seconden in, zes seconden uit. Herhaal dit twee minuten. De langere uitademing zorgt voor ontspanning in rug en schouders.
2. Lage buikademhaling
Lage ademhaling activeert het middenrif en ontspant de rug. Oefening: Leg één hand op borst, één hand op buik. Adem richting de hand op je buik. Houd borst zo stil mogelijk. Dit is een oefening die je overal kunt doen.
3. Vloeiende ademhaling tijdens beweging
Beweging en ademhaling versterken elkaar. Denk aan: Wandelen met rustige ademhaling, mobiliteitsoefeningen met vloeiende ademhaling, krachttraining waarbij je uitademt tijdens inspanning. Veel mensen houden hun adem vast tijdens belasting, waardoor spanning toeneemt.
4. Ademhaling als reset tijdens werk
Korte ademmomenten werken bijzonder goed tijdens zittend werk. Richtlijn: Elke twintig tot dertig minuten één diepe uitademing, schouders ontspannen, buik laten meegaan met de ademhaling. Dit voorkomt dat spanning zich opstapelt.
5. Ademhaling voor het slapengaan
De avond is het moment waarop ademhaling het meeste effect heeft op herstel. Aanrader: Vier seconden in, acht seconden uit, drie minuten lang. Dit geeft een sterke daling van spierspanning in lage rug en nek.