Een medicijn heeft een werkzame stof, een dosis en een moment van innemen. Bij bewegen is dat niet anders. Te weinig doet niets, te veel geeft bijwerkingen, en de juiste hoeveelheid verschilt per persoon.
De rug is gebouwd om belast te worden. Tussenwervelschijven hebben geen eigen bloedvaten en krijgen hun voeding doordat druk en ontlasting elkaar afwisselen, zoals een spons die wordt ingedrukt en weer loskomt. Gewrichten maken smeervocht aan als ze bewegen. Spieren en pezen worden sterker van belasting en zwakker van stilzitten.
Daar komt het zenuwstelsel bij. Elke beweging die goed afloopt, is voor het brein een bewijs dat de rug te vertrouwen is. Dat effect is minstens zo groot als het mechanische.


