Houding verandert door consistentie, niet door strak corrigeren:
- Varieer elke 20 tot 40 minuten van houding.
- Gebruik lichte mobiliteit voor heupen en bovenrug.
- Oefen flankenademhaling bij spanning.
- Loop regelmatig en activeer bilspieren tijdens traplopen.
- Werk met kleine houdingsaanpassingen in plaats van de “perfecte” houding.
Gezonde houdingspatronen blijven het best wanneer je beweegt, stress reguleert en diepe rompspieren goed functioneren.
Houding is een dynamisch proces dat zich aanpast aan pijn, stress en gewoontes. Veranderde houdingspatronen zijn geen teken van zwakte, maar van een lichaam dat probeert te compenseren. Met de juiste combinatie van mobiliteit, stabiliteit en ademhaling kun je deze patronen snel herstellen.