De thoracale wervelkolom bestaat uit twaalf borstwervels, genummerd T1 tot en met T12. Ze liggen tussen de nek en de lage rug, van de onderkant van de nek tot een handbreedte boven de taille. Van opzij gezien is dit deel licht bol; die kromming heet de kyfose.
Aan elke borstwervel zitten links en rechts ribben vast, op twee plaatsen: aan het wervellichaam en aan het dwarsuitsteeksel. Die kleine ribgewrichten (costovertebrale en costotransversale gewrichten) laten de rib scharnieren. Een typische borstwervel heeft daardoor tien gewrichtsvlakjes: vier voor de buurwervels en zes voor de ribben.
Samen met het borstbeen vormen wervels en ribben de borstkas, de kooi rond hart en longen. De longen liggen aan de rugkant tegen de ribben, links en rechts van deze wervels, van net boven het sleutelbeen tot ongeveer de tiende rib. Hoe dit deel in het geheel past, leest u bij de opbouw van de wervelkolom.


